Pagina's

zondag 14 juli 2013

vergadering met GRACQ 3 juli 2013

Gezamenlijke vergadering Fietsersbond Brussel-Zuid en GRACQ St-Gilles-Forest

verslag door Alexandra (GRACQ)

PRESENTS :  Micheline (1190), Kris (Fietsersbond), Patrick (1060),  Marc  (1190), Heide (1190), Stéphane (1060), Eric  (GRACQ, 1060), Dani (1060), Joël (1190), Mathieu, Martine (1060 – 1190), Alexandra (GRACQ)
EXCUSES :  Thierry Wynsdau (1180), Cecile


1. Etat des Lieux
* Brussel-Zuid
Brussel-Zuid est la locale du Fietserbond couvrant les communes de Forest, Saint-Gilles et Uccle.  Elle s'est créée dans le but de participer à la commission vélo de Forest (qui depuis n'existe plus).  Ils sont actuellement 9 membres actifs et se réunissent toutes les 6 semaines.  Chaque année ils organisent une soirée conférence-débat. Ils ont organisés trois balades à Uccle et Saint Gilles, avec un quizz.
* GRACQ Forest
La locale a du mal à trouver son rythme de croisière après le projet concret de l'ICR (2011).  Ont un noyau dur de 3-4 personnes.  Ont participé au BYPAD (audit cyclable) l'année passée.  Y ont été confronté a un manque de volonté
politique.
> Dernières nouvelles :  l'administration a un souci avec les rues qui ont été réaménagées dernièrement, n'ont pas envie d'être contraint par le BYPAD de refinancer un aménagement sur ces voies .
* GRACQ Saint Gilles
Ont un noyau de 3, 4 personnes actives jusqu'à il y a 1an ½.  Le souci est le manque de leadership.  Personne ne souhaite être responsable de la locale.  Au niveau politique, l'administration se montre soucieuse de la cause cycliste et ne serait pas contraire à collaborer d'avantage.  Par contre un memorandum a été réalisé mais n'a malheureusement pas été utilisé.

* Possibilités communes
Il est possible de réunir les forces vives 

° en créant une locale Forest/Saint-Gilles
° en se ralliant à Brussel-Zuid en créant une locale bilingue bien que la question se poserait alors pour Uccle qui est active par ailleurs)
Alexandra se propose d'accompagner la dynamique pendant trois réunions, après quoi il est important que la locale retrouve son autonomie. 

 
2. Albert
Puisqu'il n'y a rien de tel qu'un dossier concret pour la mobilisation d'une locale....
* Le projet
Le projet s'étend de la Place Albert à la place Vanderkindere.  > Volonté régionale d'ensuite réaliser l'Avenue Winston Churchill, Avenue Franklin Roosvelt, ...  Réduction de 2x2 bandes à 2x1 bande.  Création d'une piste cyclable.  Des mesures ont été faites avant la phase de test ce qui permettra d'évaluer le projet dans les environ du Saint Gilles-Forest mois de novembre (test =maximum deux ans).
La phase de test a commencé ce début juillet !  > rapidité !
? quid du réaménagement total avec agrandissement des trottoirs ?  > geler pour question de budget, devrait arriver dans les deux ans.
* Retour réunion d'information juin
Il y avait +/- 80 personnes.  Environ la ½ pro projet et l'autre ½ contra.  La région est porteuse du projet.  Et la commune y est également favorable (échevin des travaux Publics Alain Solfa, Bourgmestre Marc-Jean Ghyssels).
Objectif = faire de la place aux cyclistes et voir baisser la vitesse.  Les crainte exprimées par les gens = quid en cas de déménagement ?  Comment faire avec la livraison de mazout ?  > Dès que le Bourgmestre a pris la parole, la "hargne" opposante a été désamorcée.


3. Action
* Courrier de soutient
Envoi d'un courrier de remerciement à la commune !  Martine le rédige, nous l'envoyons fin septembre.  Un courrier au noms de la locale + chacun qui veut en son nom.
*  Accompagnement des commerces
Il nous semble important de désamorcer les craintes des commerçants.  Sous quelle forme ?  Pas de papiers mais un contact de visu.  À creuser ...
* Parents des écoles
Accompagnement et information auprès des parents des écoles.  L'école Nos enfants a un bâtiment sur l'avenue Albert (02 344 42 34 ), l'école en Couleurs se trouve rue Rodenbach (02 343 86 44), le lycée Molière déménage, par contre une antenne de l'école européenne arriverait dans le quartier ...  Idée de collaborer avec les parents, faire une action petit déjeuner ?  3° semaine de septembre ?  Se renseigner d'ici la prochaine réunion sur la participation à un plan de mobilité.  Et se renseigner auprès des membres "il y a t il des parents de ces écoles parmi nos membres ?"
 

Alexandra
 

Prochaines dates :
le 22 août à 18h30
 

Micheline se charge de contacter le Partenariat Marconi : 
Gaëlle Thorout  02 343 86 49

Kris nous informe de la prochaine réunion de Brussel Zuid.  Chouette si quelqu'un peut s'y rendre.

zaterdag 13 april 2013

fietsmanifest voor de brusselse fietser

FIETSMANIFEST 

 (samenvatting en onderdeel van de Schaamteloze Ode aan de Brusselse Fietser van Judtih Vaninstendael)


PUNT EEN
Ik rijd met de fiets omdat de fiets een democratisch en toegankelijk instrument is.  Fietsen is niet voor specialisten, fietsen is voor iedereen.  Wie een gebruiksvoorwerp beheerst, onder controle heeft, krijgt een gevoel van kracht, van vrijheid, van autonomie.  Jij hebt greep op de dingen, niet omgekeerd.  Net dát ontbreekt pijnlijk in ons soort samenleving.

PUNT TWEE
Als je fietst en het regent, word je nat.  De fietser heeft rechtstreeks voeling met de plek waar hij rijdt.  Een fietser kun je altijd aanspreken -behalve als hij heel hard wegrijdt.  Een autobestuurder is al moeilijker aan te spreken. Hij kan zich verschansen.  De mogelijkheid om zich te verschansen maakt van de autobestuurder, hoe aardig hij voor de rest ook kan zijn, een afstandelijk en weinig empathisch wezen. De fietser maakt vaak een praatje, op een straathoek, op de stoep, een brug.

PUNT DRIE
Een fiets is bescheiden. Vermoedelijk is niet elke fietser bescheiden, een fiets is dat wel.  Fietsen domineren het straatbeeld niet door hun gewicht of hun grootte.  Fietsen zijn elegante, gestroomlijnde, efficiënte, minimalistische gebruiksvoorwerpen.  Een fiets is een magisch voorwerp.  De bescheidenheid van de fiets siert de bestuurder.

PUNT VIER
Een fiets maakt geen lawaai.  Het is een onmisbaar wapen in de strijd tegen de terreur van lawaai in onze samenleving.

PUNT VIJF
De fietser laat zich niet rijden. Hij legt afstanden af dankzij de eigen fysieke inspanning.  De vervreemding die gemotoriseerd vervoer met zich meebrengt, valt weg bij het fietsen.  De fietser weet, net als de voetganger trouwens, dat hij zelf de maat is van de dingen.  Trapt hij hard, hij zal snel fietsen.  Trapt hij lui, hij zal traag vooruitgaan.

PUNT ZES
Iedereen die in Brussel fietst, trotseert niet alleen het vreselijke Belgische weer, de slechte fietspaden, de kasseien, de mensonterende rijstijl van de bussen, de anarchie in het verkeer en de gemene hellingen, hij biedt ook dagelijks weerwerk tegen een aantal vastgeroeste denkbeelden in de Brusselse samenleving.  De fietser in Brussel is, vaak zonder dat hij het zelf beseft, een politiek activist, niet in woord maar in daad.  Koning auto wordt nog steeds blind vereerd in onze hoofdstad, en de dagelijkse fietser laat zien dat het ook anders kan.

O fietser!
Dappere, onvermoeibare fietser!
Nee, niet de fietser die de Tour de France rijdt.
Niet Tom Boonen, niet Sven Nijs.
Hoewel zij ook stuk voor stuk zeer te waarderen fietsers zijn.

Deze lofzang is voor andere helden, Brusselse helden.
Voor de moeder die elke dag met één kind achterop en één kind voorop de Brusselse wegen trotseert.
Voor de opa die tergend traag naar de bakker fietst, in weer en wind.
Voor de student die op een gammel ros naar de lessen gaat.
Deze lofzang is voor de jongens en de meisjes die met hun fiets hun plek in de grote stad veroveren.
Voor de ambtenaar die de vreselijke helling aan de Botanique oprijdt om tot in de Wetstraat te raken.
Voor de Molenbeekse huisvrouw die leert fietsen op haar 30ste.

Deze lofzang is voor iedereen die op zijn stalen ros de Brusselse hel bedwingt.
Ga en vermenigvuldig U.

Judith Vaninstendael schreef op vraag van Fietsersbond Brussel-Zuid een "Schaamteloze Ode aan de Brusselse Fietser".  De volledige Ode vind je ook op deze blog (zie vorig bericht).  Het Fietsmanifest i s een onderdeel van deze Ode.  We maakten er deze handige samenvatting van.

schaamteloze ode aan de brusselse fietser


Deze tekst schreef Judith Vanistendael op initiatief van Fietsersbond Brussel-Zuid voor het Passaportafestival 2013 en ze bracht het live in de Spiegelzaal van De Markten op 24 maart 2013.


Het meisje fietst. Haar blonde paardenstaart wappert in de zon, ze heeft een te kort spijkerrokje aan en afgetrapte gympen. De zomer lonkt. Het meisje is op weg naar haar oma, ze moet de

VRT-gebouwen langs, de Lambermontlaan helemaal naar beneden, en dan het stoffige kapotte fietspad langs het kanaal afrijden tot in Beigem. Dat is haar doel. Ze zit hoog op de blauwe fiets met het witte zadel, haar bruine stevige kuiten trappen haar lijf vooruit, ze is 14, klein voor haar leeftijd, sterk en behendig. Dit is haar vrijheid.

Het meisje fietst. Haar dochter fietst naast haar. Het meisje leert haar dochter zich soepel te bewegen in het Brusselse verkeer, waar ze op moet letten, de ogen die ze op haar rug moet hebben.

De auto’s die overal vandaan kunnen komen en 1000 kilo wegen en je verpletteren.

De autodeuren die open kunnen slaan als je voorbij fietst, die zich in je sleutelbeen rammen.

De auto’s die zonder te knipperen rechts afslaan.

Alle automobilisten die nu nog steeds vergeten dat er zoiets als een fietser rondrijdt in Brussel. De kuilen in de weg, de duizenden verkeersborden die je moet leren ontcijferen. De voetgangers die natuurlijk voorrang moeten krijgen.

Moeder en dochter. Moeder en meisje. Na ongeveer een kilometer, precies tussen thuis en de muziekschool in, barst het kleine meisje in tranen uit.

Mijn dochtertje, een kwetsbaar vogeltje, staat te schokschouderen in de Birminghamstraat in Molenbeek: het is té veel. Ze moet op té veel letten. Ze zal het nooit kunnen, huilt ze.

Maar mijn dochter is dapper en koppig en langzaam maar zeker leert ze het verkeer in Brussel op haar duimpje kennen.

Langzaam maar zeker herwint zij op haar beurt hààr vrijheid.

De vrijheid van de fietser is groot. De beheersing ook. De fiets en de fietser zijn elkaars verlengstuk. Mijn zoon heeft dat bijvoorbeeld nog niet helemaal begrepen. De fiets rijdt met hem in plaats van hij met de fiets. Met alle spectaculaire gevolgen vandien, want fietsen zijn vinnige beestjes, die de rare neiging hebben hun bereiders met wilde bokkensprongen van zich af te werpen, althans, volgens mijn zoon. Ook fietsen willen vrij zijn…..

Het meisje leert haar kinderen fietsen, ze wil hen het goddelijke geschenk van behendigheid en vrijheid geven. Ze wil hen laten toetreden tot de groeiende schare fietsers die de hoofdstad veroveren. Voor hen is dit manifest.


FIETSMANIFEST

PUNT EEN

Ik rijd met de fiets omdat de fiets een democratisch en toegankelijk instrument is. Dat vind ik trouwens ook van de kleine italiaanse koffiezettertjes, lampenradio’s en de soepdraai. En dit zeg ik zonder nostalgisch te zijn, want ik schrijf deze tekst vol overgave op een erg hedendaagse computer.

De fiets lijkt een beetje op de auto’s van vroeger: je kunt mits je wat oefent een fiets zelf repareren, je kunt er wat aan prutsen en het rijdt weer.

Fietsen is niet voor specialisten, fietsen is voor iedereen.

Zelfs voor mijn zoon.

Fietsen zijn relatief low-tech, en daar houd ik van.

Als het ding kapot is, is een doe-het-zelf en doe-het-nu reparatie een haalbare gedachte, wat niet het geval is voor een auto, een metro, of een trein. Daar ben je afhankelijk van de anderen, van specialisten.

Wie een gebruiksvoorwerp beheerst, onder controle heeft, krijgt een gevoel van kracht, van vrijheid, van autonomie. Jij hebt greep op de dingen, niet omgekeerd.

Net dát ontbreekt pijnlijk in ons soort samenleving.


PUNT TWEE

Als je fietst en het regent, word je nat. Als je in een auto rijdt word je inderdaad niét nat.

En het verschil is van het grootste belang.

De fietser heeft rechtstreeks voeling met de plek waar hij rijdt.

De autobestuurder is afgesneden van de plek waar hij rijdt.

Een fietser kun je altijd aanspreken -behalve als hij heel hard wegrijdt.

Een autobestuurder is al moeilijker aan te spreken. Hij kan zich verschansen.

De mogelijkheid om zich te verschansen maakt van de autobestuurder, hoe aardig hij voor de rest ook kan zijn, een afstandelijk en weinig empathisch wezen. De fietser maakt vaak een praatje, op een straathoek, op de stoep, een brug.


PUNT DRIE

Een fiets is bescheiden. Vermoedelijk is niet elke fietser bescheiden, een fiets is dat wel.

Fietsen domineren het straatbeeld niet door hun gewicht of hun grootte.

Fietsen zijn elegante, gestroomlijnde, efficiënte, minimalistische gebruiksvoorwerpen.

Telkens opnieuw trek ik grote ogen als ik zie hoeveel je op een fiets kunt vervoeren: hoeveel mensen, hoeveel dingen, hoe hoog, hoe zwaar, hoe groot en dat past allemaal op 2 smalle wielen die alleen maar in evenwicht blijven door beweging. De fiets doorstaat dan ook moeiteloos de vergelijking met de elegant wiegelende achterwerken van Afrikaanse vrouwen, die door een beheerste slingerbeweging een gewicht gewichtloos maken.

Een fiets is een magisch voorwerp. Ook dat kan mijn zoon beamen: kijk mama, ik fiets. Dat is het moment van revelatie.

De bescheidenheid van de fiets siert de bestuurder.


PUNT VIER

Een fiets maakt geen lawaai. In deze tijden van niet afhoudend gemotoriseerd geronk en gedigitaliseerd gebliep, vind ik elk voorwerp dat geruisloos werkt en zich bijgevolg niet aan je opdringt, een zegen. Het is een onmisbaar wapen in de strijd tegen de terreur van lawaai in onze samenleving.


PUNT VIJF

De fietser laat zich niet rijden. Hij legt afstanden af dankzij de eigen fysieke inspanning. De vervreemding die gemotoriseerd vervoer met zich meebrengt, valt weg bij het fietsen. De fietser weet, net als de voetganger trouwens, dat hij zelf de maat is van de dingen. Trapt hij hard, hij zal snel fietsen. Trapt hij lui, hij zal traag vooruitgaan.


PUNT ZES

Iedereen die in Brussel fietst is voor mij een held.

Want iedereen die in Brussel fietst trotseert niet alleen het vreselijke Belgische weer, de slechte fietspaden, de kasseien, de mensonterende rijstijl van de bussen, de anarchie in het verkeer en de gemene hellingen, hij biedt ook dagelijks weerwerk tegen een aantal vastgeroeste denkbeelden in de Brusselse samenleving. De fietser in Brussel is , vaak zonder dat hij het zelf beseft, een politiek activist, niet in woord maar in daad. Koning auto wordt nog steeds blind vereerd in onze hoofdstad, en de dagelijkse fietser laat zien dat het ook anders kan.



O fietser!

Dappere, onvermoeibare fietser!


Nee, niet de fietser die de Tour de France rijdt.

Niet Tom Boonen, niet Sven Nijs.

Hoewel zij ook stuk voor stuk zeer te waarderen fietsers zijn.


Deze lofzang is voor andere helden, Brusselse helden.


Voor de moeder die elke dag met één kind achterop en één kind voorop de Brusselse wegen trotseert.

Voor de opa die tergend traag naar de bakker fietst, in weer en wind.

Voor de student die op een gammel ros naar de lessen gaat.

Deze lofzang is voor de jongens en de meisjes die met hun fiets hun plek in de grote stad veroveren.

Voor de ambtenaar die de vreselijke helling aan de Botanique oprijdt om tot in de Wetstraat te raken.

Voor de Molenbeekse huisvrouw die leert fietsen op haar 30ste.

Deze lofzang is voor iedereen die op zijn stalen ros de Brusselse hel bedwingt.


Ga en vermenigvuldig U.

donderdag 14 maart 2013

een literaire fietscauserie op het PassaPorta literatuurfestival

Ode aan de Brusselse fietser

24 maart 2013 om 13u in de Spiegelzaal van De Markten

Brussels striptekenaar Judith Vanistendael, auteur van het succesvolle Toen David zijn stem verloor en De maagd en de neger, houdt van fietsen en van haar stad.  Ze schreef speciaal voor het festival een literaire fietscauserie en breekt een lans voor de actieve weggebruiker in de stad.  Na haar lezing (die misschien wel met tekeningen veraanschouwelijkt wordt) volgt door een gesprek over fietsen en mobiliteit in Brussel met Ann De Bie.  En de zaal een woordje meespreken ...
Bewaakte fietsenstalling voorzien.

Deze causerie is een onderdeel van het PassaPorta Literatuurfestival Imagine! (wat een toepasselijk motto).  Een festivalbadge is nodig.  Voor info zie www.passaporta.be/festival/passa-porta-festival-2013

ORG. Fietsersbond Brussel-Zuid, Passa Porta

woensdag 6 maart 2013

literaire fietscauserie 24/3/13

literaire fietscauserrie 24/3/13 PassaPortaFestival

Ode aan de Brusselse fietser

Brussels striptekenaar Judith Vanistendael, auteur van het succesvolle Toen David zijn stem verloor en De maagd en de neger, houdt van fietsen en van haar stad. Ze houdt speciaal voor het festival een pleidooi voor de zwakke weggebruiker in de stad. Gevolgd door een gesprek over fietsen en mobiliteit in Brussel met Ann De Bie.
ORG. Fietsersbond Brussel-Zuid, Passa Porta

Ode aux cyclistes de Bruxelles

L'illustratrice et auteure bruxelloise de roman graphique Judith Vanistendael (David, les femmes et la mort, La jeune fille et le nègre) a écrit un plaidoyer pour les cyclistes citadins. Elle parlera avec Ann De Bie des vélos et de la mobilité à Bruxelles.

Ode to the Brussels cyclist

Specially for the festival, the Brussels strip cartoonist Judith Vanistendael (Toen David zijn stem verloor, De maagd en de neger) is writing a plea for the vulnerable road-user in the city. Followed by a conversation with Ann De Bie on cycling and mobility in Brussels.

ORG. Fietsersbond Brussel-Zuid, Passa Porta